Het hanteren van criteria bij het
samenstellen van nieuwe groepen.
Het vormen van een nieuwe groep houdt in
dat kinderen uit hun vertrouwde groep geplaatst worden en met andere,
nieuwe kinderen een nieuwe groep moeten gaan vormen.
Redenen voor een vorming van een nieuwe
groep kunnen zijn:
- Van groep 2 naar
groep 3 is het nodig om de kinderen in een kleiner aantal groepen te
plaatsen.
- Er komen niet
ieder schooljaar een gelijk aantal kinderen. Hierdoor zijn de
groepen ook niet even groot. Bij meer aanmeldingen in de onderbouw
waardoor de groepen voor de maand mei boven de 35 komen, kan het
nodig zijn hier een extra groep te vormen. Bij gelijke financiering
van het rijk betekent dit dan dat er elders binnen de school een
andere groep opgeheven of anders van samenstelling moet worden. De
afweging hierover wordt in het team genomen, waarbij rekening
gehouden wordt voor een zo goed mogelijke werk- en
leeromstandigheden voor iedereen.
- Door terugloop van
leerlingen, waardoor de financiering van leerkrachten door het rijk
ook minder wordt, kan het nodig zijn dat we met een groep minder te
gaan werken. Vaak houdt dit in dat er een combigroep gevormd moet
worden. Samen met team en later mr worden alle mogelijkheden
onderzocht, argumenten gewogen en voor en nadelen afgewogen. De
beslissing wordt op grond van bovenstaand overleg door de directie
genomen en aan de mr voorgelegd.
- Indien er twee
onevenwichtige groepen zijn ontstaan wat betreft aantal
geconcentreerde/ ongeconcentreerde, rustige/ drukke, zelfstandige/
onzelfstandige kinderen, jongens/ meisjes, en kinderen erg belemmerd
worden in hun leren, kan door de school besloten worden twee nieuwe
groepen te formeren. Binnen het zorgteam wordt door middel van
observaties, sociogrammen en overleg de argumenten gewogen en wordt
een voorstel aan het team en daarna aan de mr gedaan.
De verantwoordelijkheid voor de verdeling
van kinderen over de groepen ligt bij het team. Leerkrachten kunnen op
grond van ervaring met de kinderen evenwichtige groepen vormen, waarin
goed onderwijs mogelijk is. Factoren waar we rekening mee houden zijn in
volgorde van belangrijkheid:
- Geen broertjes en
zusjes bij elkaar in de groep.
- Er wordt rekening
mee gehouden dat kinderen vanuit een groep, die we in 2
verschillende groepen plaatsen samen gaan met kinderen waar ze goed
mee samen kunnen werken. Dit wordt door observaties van de
leerkracht en sociogrammen bepaald.
- Er wordt rekening
gehouden met het leerniveau van de kinderen, we streven naar
gedifferentieerde groepen ( A, B, C, D, en E niveaus van CITO).
- De verdeling van
zelfstandige en minder zelfstandige kinderen, door observaties van
de leerkracht in de klas, waarbij we de omschrijvingen aangegeven
bij de basiskenmerken van “KIJK” als richtlijn nemen.
- De verdeling van
kinderen met een goede en slechte concentratie. Ook hier worden de
basiskenmerken van “KIJK” als maatstaf gebruikt.
- De verdeling van
kinderen met een goede en minder goede werkhouding ( zie “KIJK”).
- De verdeling van
kinderen met een goede en minder goede motivatie (zie “KIJK”).
- Kinderen die we in
een zelfde groep plaatsen moeten samen goed in een groep kunnen
functioneren (leren). Door observaties van de leerkracht tijdens het
samenwerken, samenspelen is er een negatieve keus te maken, welke
kinderen niet bij elkaar passen.
- Een zo evenwichtig
mogelijk aantal jongens/meisjes.
Na de verdeling van de groepen willen we
aan ouders onze motivatie over de vorming van de groepen uitleggen,
zonder over individuele kinderen te praten.